Aan de Oekraïense soldaat Artem Chapeye knaagt een schuldgevoel. Niet tegenover de Russen: hoewel hij voor de oorlog een pacifist was, maakte hij na de brute inval al snel de keuze om zich aan te sluiten bij het leger.
Nee, het gaat erover dat je nooit genoeg doet. Vrouwen met kinderen schamen zich dat ze “geen betekenisvolle bijdrage leveren”, vrijwilligers in het leger dat ze niet zelf vechten, en soldaat Chapeye voelt zich schuldig omdat hij niet in de voorste linies dient. Zelfs wie dat wel doet of deed, kan zich nog schuldig voelen, omdat anderen daar om het leven kwamen en zij niet.
Survivor's guilt, het schuldgevoel omdat jij kon overleven, het is ook iets waar Mina Etemad mee kampt, als lid van de Iraanse diaspora. Ze kan alleen “volgen, delen, petities opzetten”, terwijl ze ziet hoe Iraniërs gedood worden tijdens protesten of door bommen.
Toch houden beide schrijvers hoop. Chapeye haalt kracht uit het idee dat hij en zijn medesoldaten een soort Guardians of the Galaxy zijn: ze strijden voor een betere wereld. Etemad schrijft: “Gletsjers bewegen zich centimeter voor centimeter, onwaarneembaar voor het menselijk oog.” Elk druppeltje telt.
Ook Boon-genomineerden Tijl Nuyts en Hans Depelchin zoeken zo naar hoop in de kleine hoekjes. Ze reiken ons alvast wat voorbeelden aan. |